TV Breukelen

Solo triathlon in Corona tijd – door Marleen Vos

22 juni 2020

In november van dit jaar heb ik me opgegeven voor een marathon. Ik wisselde van school en ging nog maar half zoveel uren lesgeven. Stiekem had ik toen al de hele triatlon in mijn hoofd; als de marathon goed zou gaan kon ik wel doortrainen? De marathon ging uiteindelijk niet door, storm Ciara legde alles plat. Maar intussen was ik wel vanaf december meer gaan fietsen en zwemmen, en begonnen de plannen voor een triatlon vorm te krijgen. IM Hamburg op 21 juni leek ideaal; vlak parcours, zwemmen in een rustig meer, en ook nog op mijn verjaardag.Uiteindelijk werd ook Hamburg afgezegd, maar ik was al zo geland op die dag, dat dat niet meer uitmaakte. Het ging om de afstand, de ervaring, en niet persé over de finishboog en de medaille. Bovendien zag ik het niet zitten nog langer door te trainen, en kostbare gezinstijd in de zomervakantie te moeten inruilen voor trainingsuren. Dus: Ironman Stichtse Vecht 😉. Zwemmen in de Maarsseveense plassen, een rondje Flevoland, en daarna naar huis rennen.

Ik plan alles voor T1, T2, F1, F2 en lever Johan tijdschema’s, grote kratten met voedingen een LvA (lijst van afkortingen). Plan is: zoveel eten als mogelijk, vooral op de fiets, en daarna lopend goed blijven drinken. Van mijn school heb ik een flink aantal flesjes water van 300 ml gekregen (sponsordeal 😊).

 

Zwemmen

Zwemmen is altijd mijn zwakste discipline geweest. Ik was goed op weg, maar toen kwam Corona. Na een paar weken durfde ik het aan om buiten te gaan zwemmen, maar ik zwom mezelf meteen een zwemmersschouder. Met fysio kreeg ik dat onder controle, maar ik had daardoor niet zover opgebouwd als ik wilde.

Toch ging het zwemmen goed. Ik wilde persé niet vanaf de exit extra meters moeten maken, dus probeerde in de meest oostelijke punt wat extra meters te pakken. Iets teveel extra meters, bleek. Mijn absolute droomtijd was om binnen de 1:30 uur te zwemmen. En op de 3800 m had ik dat gehaald. Maarja, niet op de 3930 meter 😉. Toch trots.

 

Fietsen

Ik weet de aanlooproute goed, maar kom niet meteen in een ritme. Hartslag is wat te hoog, ik ben teveel aan het rekenen. Ik bedenk dat ik op het stuk met wind mee flink wat tijd moet besparen, zodat ik tijd overheb op het laatste stuk met wind tegen… Niet een hele goede strategie. Leuke verrassing; Johans ouders zijn ook mee als support 😊.

Langs de oostkant van Flevoland, met de wind vol in de rug, laat ik het tempo flink zakken en kom ik wat meer tot rust. Sparen en eten is het nieuwe plan. Ik begin uitgerust aan het heftigste stuk; vanaf de Ketelbrug de wind vol tegen. Mentaal gaat dat goed, ik vind een goed ritme en blijf draaien. Aftellen, over één kilometer ga ik eten, over twee kilometer is het nog maar 30 kilometer, over 500 m ga ik uit het stuurtje, over 3 km ben ik in Lelystad. Zo komt T2 toch eerder dan verwacht. Ik hap een halve bak spaghetti weg en kan heel even zitten.

 

Lopen

Lopen voelt vanaf het begin veel eenvoudiger. Niet meer navigeren, rekenen, strategie. Gewoon naar huis rennen. Benen doen een beetje pijn, maar doen het best. En 6:30 per kilometer, dat gaat vanzelf. Dat heb ik zó vaak gelopen intussen. Dat is míjn tempo. Elke 3 a 4 km staat Johan + ouders met een nieuw flesje sportdrank of water + gelletje. Ik hap de gelletjes braaf weg en houd ze allemaal binnen. Ergens rondom 20 km komt de zoete zooi m’n neus uit. Gelukkig weet ik wat we voor voorraad in de auto hebben. Pringles en een bifi-worstje, prima om op vooruit te komen.

Bij 25 km begint het tempo op te lopen. Het loopt prima, maar wel steeds langzamer. Er komen wat pijntjes, soms gaan ze, soms blijven ze.Ik begin te geloven dat ik het haal én dat ik niet ga wandelen. 6:30 loopt op naar 7:00 en wordt steeds meer sloffen. Bij 30 km haakt Kristel aan. Ze helpt het tempo weer terug te leggen op mijn 6:30, en kletst de tijd fijn weg. Fijn gezelschap, steeds bekendere omgeving. Kristel heeft zich uitgeleefd met stoepkrijt; elke 500 meter staat een aanmoediging op de weg. Ik durf nu ook toe te geven aan mijn steeds grotere afkeer van eten. Laat maar, het zal nu wel genoeg zijn. Hier kom ik wel op thuis. Af en toe een slok slappe cola of een zout dropje

In Maarssen moeten we een klein extra hoekje doen, het zou zonde zijn om op 41,9 km thuis te zijn. Ik kan bijna niet geloven hoe constant de marathon is gegaan.

Overall?